De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft.
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
Algemeen
De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de desbetreffende balanspost anders is vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.
Grondslagen resultaatbepaling
De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
De bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van het stelsel van baten en lasten, met uitzondering van de stortingen en onttrekkingen aan reserves gedurende het boekjaar overeenkomstig raadsbesluiten. De invloed hiervan op de het rekeningresultaat is verder in de jaarrekening nader toegelicht.
Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen.
Vernieuwing BBV
Vanaf het begrotingsjaar 2017 is het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten gewijzigd (BBV). Doel van deze wijziging is de interne sturing te verbeteren en de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten. Met het oog op die betere vergelijkbaarheid wordt voortaan de systematiek van activering en afschrijving voor alle investeringen gelijk getrokken
Bij de vernieuwing van het BBV vervalt de vrijheid bij investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut om deze al dan niet te activeren. Voortaan worden naast de investeringen met economisch nut ook de investeringen met maatschappelijk nut verplicht geactiveerd, met uitzondering van kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde. Dit geschiedt voor het volledige bedrag van de investering. Dit betekent dat reserves niet in mindering op het actief mogen worden gebracht. Voorheen konden bij investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut de reserves in mindering worden gebracht op het actief. Eventuele financiële bijdragen van derden worden wél in mindering gebracht op de waardering van het actief, indien zij een directe relatie hebben met het actief. Voorheen was het een keus om de bijdragen van derden al dan niet in mindering te brengen op het actief.
De verplichting om alle investeringen te activeren volgens de nieuwe methode geldt alleen voor investeringen die vanaf het begrotingsjaar 2017 worden gedaan. Voor de gemeente Almelo zal het investeringsbeleid daardoor gedeeltelijk veranderen. Investeringen met een maatschappelijk nut in de openbare ruimte werden al geactiveerd, maar indien mogelijk werden ze versneld afgeschreven. Dat versneld afschrijven is vanaf 2017 niet meer toegestaan.
Nota activabeleid 2017
Vanaf het begrotingsjaar 2017 is het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten gewijzigd (BBV). Dit betekende ook dat de nota activabeleid 2014 moest worden aangepast, omdat deze op sommige punten in tegenspraak was met het vernieuwde BBV.
In de nota activabeleid 2014 was vastgelegd dat het startmoment van afschrijven het jaar van ingebruikname is. In de nieuwe nota activabeleid 2017 is vastgelegd om met afschrijven te beginnen in het jaar dat volgt op het jaar waarin het actief gereed komt/verworven wordt. Het incidentele voordeel is 0,5 miljoen euro.
Grondslagen voor de balans
Vaste activa
Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn.
De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in vijf jaar afgeschreven.
De gevolgde afschrijvingswijze geschied volgens de afschrijvingssystematiek en begroting van de gemeente; waarbij lineaire en annuïtaire afschrijvingsmethoden zijn toegepast. De specifieke methode die per activum is gehanteerd, is opgenomen in de nota activabeleid.
Bijdragen aan activa van derden worden geactiveerd. Dergelijke geactiveerde bijdragen zijn gewaardeerd op het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. De verleende bijdragen worden afgeschreven in de periode waarin het betrokken actief van de derde op basis van de door de gemeente gestelde voorwaarden moet bijdragen aan de publieke taak.
Materiële vaste activa
In erfpacht uitgegeven gronden
De erfpachtgronden zijn gewaardeerd tegen historische kostprijs. De erfpachtgronden die de afgelopen jaren zijn uitgegeven zijn gewaardeerd tegen gekapitaliseerde opbrengstwaarde.
Overige investeringen met economisch nut
Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht.
Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven.
Investeringen economisch nut met heffing
Op grond van artikel 35 BBV worden investeringen voor riolering of het inzamelen van huishoudelijk afval op de balans opgenomen als investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven. Het uitgangspunt is dat heffingen (riool/afval) worden besteed aan de betreffende investeringen.
Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut
Infrastructurele werken in de openbare ruimte, zoals b.v. wegen, pleinen, bruggen, viaducten en parken worden geactiveerd en gemiddeld afgeschreven in 30 jaar. De ondergrond van deze werken wordt daarbij als integraal onderdeel van het werk beschouwd (en dus ook afgeschreven).
Ook hier geldt dat de gevolgde afschrijvingswijze is geschied volgens de afschrijvingssystematiek en begroting van de gemeente; momenteel wordt nagenoeg alle activa lineair afgeschreven.
Financiële vaste activa
Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Waar nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht.
Participaties in het aandelenkapitaal van een NV of een BV (“kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen” in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden.
De aan derden verstrekte geldleningen zijn opgenomen tegen het overdrachtsbedrag verminderd met de ontvangen aflossingen.
Aandelen
Het huidige aandelenbezit is voor de nominale waarde op de balans opgenomen.
Vlottende activa
Voorraden
Onderhanden werken
Deze zijn opgenomen tegen vervaardigingkosten inclusief de bijgeschreven rente en zijn verminderd met de opbrengst wegens gerealiseerd verkopen c.q. bijdragen, dan wel tegen lagere marktwaarde.
Voor tussentijdse winstnemingen en het vormen van voorzieningen voor onontkoombare verliezen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
- Verliezen worden genomen in het jaar waarin deze tot uitdrukking komen (onafwendbaar zijn):
- Voor winstnemingen geldt de percentage of completion methode; voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen.
Uitzettingen met rente-typische looptijd korter dan één jaar
De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen.
Waardering bijstandsvorderingen
Voor de Participatiewet zijn gemeenten eigenrisicodrager ten aanzien van de bijstandsverlening. Een gevolg is dat de toekomstige ontvangsten op resterende bijstandsvorderingen geheel ten gunste van de gemeenten komen. Bij de waardering van de vorderingen per 31 december is het gemeentelijk beleid t.a.v. terugvordering, verhaal en debiteuren richtinggevend. De gemeentelijke vorderingen dienen naar reële waarden gewaardeerd te worden.
Jaarlijks dienen de bijstandsvorderingen te worden geherwaardeerd. Eventuele voor- of nadelen komen ten laste of ten gunste van de exploitatie. Per 31 december heeft de herwaardering plaatsgevonden van de bijstandsvorderingen.
Liquide middelen en overlopende activa
Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.
Vaste passiva
Eigen vermogen
Onder het eigen vermogen zijn opgenomen algemene- en bestemmingsreserves alsmede het gerealiseerd resultaat.
Voorzieningen
Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd (nog uit te voeren werken, XL-Businesspark, pensioenvoorziening). Eventuele onderhoudsegalisatievoorzieningen zijn gebaseerd op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de gemeentelijke kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. In de paragraaf “onderhoud kapitaalgoederen” die is opgenomen in het jaarverslag is het beleid ter zake nader uiteengezet.
Vaste schuld met rente-typische looptijd langer dan één jaar
Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen.
De vaste schulden hebben een rente-typische looptijd van één jaar of langer.
Vlottende passiva
De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Netto vlottende schuld met rente-typische looptijd korter dan één jaar
Borg- en garantstellingen
Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten telling, het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen.
